Paris
Gare du Nord
Vier uur de tijd
voor mijn trein vertrekt.
Op un plan de ville de Paris
ontwaar ik de Sacré Coeur vlakbij.
Die moet ik dan maar eens
gaan bekijken.
Ik schicht door de straten. Mijn
lichaam past me niet. Ik
lijk wel ‘n toerist. Zo
opgefokt als de tyfus.
Wandelend onder een métro-viaduct:
net de markt onder station Blaak.
Langs de stoep
staat een handje vol Indiërs
hun snuisterijen te slijten:
Indian Junk.
Hé, mister, you wanna buy some?
Hassle-flash-back Marocco. Later
bleek dat het dieper ging:
being nearly knifed
in the desolate midnight-streets
of Casa Blanca seven years ago.
Een van de indiërs loopt me achterna:
Attendez monsieur, Wait sir.
Ik stop
&
keer op mijn schreden terug.
Hij zet zijn handel tegen de pui
&
toont me een foto-kopie
van zijn paspoort: the man is from Bombay.
Hij vertelt mij zijn
story of life
in een notedop.
Met een mond vol tanden
mompel ik het cliché:
La vie, c’est dûr.
Ah, mais non, monsieur
&
met een glimlach
wijst hij naar de zon:
Brahman est partout.
It’s like somebody
strikes a gong in my head:
suddenly there is silence inside.
Ik koop twee pakkies wierook
&
volg mij lichaam, dat zijn
uitgestippelde koers voortzet.
Aan de voet van de Sacré Coeur
ga ik op een bankie zitten.
Dat ik niet naar boven wandel
is me dan wel duidelijk.